Fragment van de week | 28-04-2007 |
Herman Brusselmans
(...)
'Hij zat altijd in het café', zei de advocaat van mijn vrouw tegen de rechter.
'Niet waar,' zei mijn advocaat, 'om de andere dag zat hij thuis.'
'Ja, wel iedere keer toevallig als zijn vrouw niet thuis was,' zei de advocaat van mijn vrouw.
'Dan zat ze wel iedere keer bij haar minnaar!', schreeuwde ik.
'Kalm jij,' zei mijn advocaat, 'ik voer hier het woord.'
'Maar het is waar!' riep ik.
'Ik ben er zeker van dat ze een minnaar had. Alle tekenen wijzen in die richting.'
'Bewijs maar dat ik een minnaar had!' riep mijn vrouw uitdagend.
'Schatje, ik wil dat je mij er buiten laat,' zei haar advocaat.
(...)
| Helemaal Geweldig | Mirjam | 28-04-2007 | Reacties (0) |


